Ik onder meer over tevredenheid in mijn dagelijks leven op 25-09-2019 om 10:00 uur

In deze derde bijeenkomst begonnen we weer met een dansje dat voor sommigen losser en vrijer ging dan de vorige keer. Bewegen op muziek heeft te maken met het loslaten van controle. Kunnen we ons overgeven aan de muziek en ons lijf ontspannen in deze overgave? Kunnen we genieten van de energie die in ons lijf stroomt en staan we onszelf toe om te genieten? Tevredenheid is mij vrij voelen om te doen wat ik wil. Vrij voelen komt voort uit vrij of waarachtig denken. De test of ik vrij denk is: voel ik me vrij en tevreden? Schaamte, schuld, spijt en pijnlijke associaties met het verleden staan onze tevredenheid in de weg. En ook die van anderen omdat we ontevredenheid niet voor onszelf kunnen houden in de verbinding met anderen.

We bespraken een voorbeeld waarin een vrouw iets voor haar man doet, vanuit een gewoonte die is ontstaan. Soms bevalt de gewoonte haar en soms komt het haar niet uit. In de omgang met anderen, ook met een partner, zijn we in wezen vrij om te doen wat we willen. Wat we willen kan ieder moment weer anders zijn, dat kunnen we niet plannen. Als we tevreden willen zijn dan kunnen we in elk moment onze wil volgen. Gewoonten, plannen en andere structuren kunnen ons dienen als het ons overzicht en duidelijkheid geeft. Ze kunnen ons ook in de weg staan wanneer we de structuur belangrijker maken dan onze wil in het moment. Willen wij de structuur of overschaduwt de structuur onze wil?

Als we afhankelijk worden van een structuur dan kan dit onze vrijheid ondermijnen. Dan kunnen in een relatie bijvoorbeeld beide partners hun gewoonlijke ding doen waarbij ze denken dat de ander dat wil, terwijl in de praktijk beiden iets anders willen doen. We kunnen uit een dergelijk patroon stappen door onze eigen wil te gaan volgen. We kunnen implicitiete en expliciete afspraken herzien waar ze ons niet meer dienen. We zijn in wezen vrij en als we vrijheid nemen dan kunnen we anderen makkelijker vrij laten, waardoor we minder geraakt worden door wat een ander doet. Dat draagt bij aan de liefde tussen mensen. Als ik alleen van iemand kan houden wanneer deze persoon doet wat ik wil, dan is dat voorwaardelijk en liefde is onvoorwaardelijk.

Als we iets doen vanuit schuld terwijl we het niet willen dan wijzen we onze wil af. Daar is niemand bij gebaat. We zijn nooit schuldig, ook als we iets doen wat een ander niet prettig vindt. Ik kan doen wat een ander wil. Als ik denk dat het moet dan gaat dit ten koste van de vrijheid en dus van liefde. We kunnen ook iets doen wat we niet willen omdat we bang zijn om een ander te verliezen. Als het doen wat we willen voor de ander een reden zou zijn om onvrede te hebben of zelfs met ons te breken dan liggen er kansen voor de ander om onze wil te leren aanvaarden. En voor onszelf ligt er een kans om te leren dat onze wil volgen in plaats van onze angst voor verlies, tot meer liefde leidt.

Hoe kunnen we bepalen wat we echt willen? Wanneer we ons ergens onprettig bij voelen dan kan dat erop duiden dat we iets aan het doen zijn wat we niet willen, of we zijn er bijvoorbeeld bang voor. Als wij een gewoonte doorbreken dan kan dit ongemakkelijk voelen. We hebben misschien een onbestemd gevoel dat we iets ‘fout’ doen als gevolg van een innerlijke afwijzing. In dit geval kan het toch zinvol zijn om het te doen en te ervaren hoe de realiteit uitpakt. Als we vrij zijn van onze afwijzing dan kunnen we ontdekken wat echt het verschil in tevredenheid is tussen beide keuzes.

Wanneer we dingen lijken te willen die onze tevredenheid op de wat langere termijn in de weg staan, bijvoorbeeld overmatig eten, dan willen we dat eigenlijk toch niet. Een structuur aanbrengen in ons eetpatroon kan dan bijvoorbeeld behulpzaam zijn. Dan is de structuur een middel dat bijdraagt aan tevredenheid. De structuur is nodig totdat we een niveau van tevredenheid hebben bereikt waarop we beter kunnen aanvoelen / beseffen wat we wel en niet echt willen. Dan zijn we in directer contact met onze werkelijke wil. We hoeven ontevredenheid en andere vormen van onvrede zoals angst dan niet meer te ‘dempen’ door het overmatig tot ons nemen van bijv. substanties of fantasieën. Ik heb gemerkt dat het hierbij belangrijk is om het kind niet met het badwater weg te gooien. Als ik geniet van alle geneugten des levens dan ben ik tevreden. Balans is hierbij behulpzaam. Als ik mijzelf lange tijd een bepaalde geneugte ontzeg, dan kan het mijzelf het weer toestaan aanvankelijk tot overmatige inname leiden. Door mijzelf steeds alles toe te staan wat ik wil blijf ik in balans.

We spraken over het verschil tussen het krijgen van ingevingen en ‘eigen’ gedachten. Daarover misschien een andere keer meer. Als we bepaalde herhalende gedachten willen doorbreken, dan is het nodig om ze te onderzoeken op waarheid. We kunnen ook dingen doen die de algehele invloed van ons denken verminderen, zodat we meer het contact met ons lichaam voelen. Daarom kunnen de dingen er na een lange wandeling anders voor ons uit gaan zien. ‘Uit ons hoofd’ gaan geeft ruimte aan tevredenheid die in elk moment voorhanden is als we er geen (denk)stokjes voor steken.

De term therapie laat zich lastig definiëren. Wanneer we elkaar een stap verder willen helpen met onze tevredenheid dan is het behulpzaam om te kijken wat dit in de weg staat. Het spreken over voorbeelden uit ons dagelijks leven en de gedachten die we hebben daaromtrent is onontbeerlijk om te zien waar we onze tevredenheid ondermijnen en dus kunnen bevorderen. Wat mij betreft is het verschil met therapie dat we het uitdiepen van de kindertijd achterwege laten.

De ‘cliffhanger’ voor de volgende bijeenkomst is: ‘Wanneer draagt het bevredigen van behoefte bij aan tevredenheid en wanneer niet?’