Ik onder meer over begeleiden van groepen op 05-09-2019 om 10:00 uur

Mensen die naar een training, cursus of gespreksgroep komen willen daar een doel mee bereiken. Een doel kan worden vertaald in een vraag. Iemand met een doel vraagt zich af hoe dat doel kan worden bereikt. Als de aanleiding een probleem is dan vraagt men zich af hoe het probleem kan worden opgelost. Om deelnemers met vragen naar hun antwoorden te begeleiden kunnen we als begeleider in onze groepen vraaggericht communiceren. Iedere deelnemer (inclusief wijzelf) kan in principe bijdragen aan een antwoord dat de vrager voor zichzelf meeneemt uit de groep. Het kan ook een antwoord zijn op een vraag die hij zich nog niet bewust was. Misschien komt een deelnemer aanvankelijk alleen met het doel om gehoord te worden in zijn verhaal. Wanneer dat verhaal huidig lijden bevat, dan zou de onbewuste vraag kunnen zijn hoe het lijden kan worden verlicht.

Het tegenovergestelde van vraaggericht is aanbodgericht. In het laatste geval maak ik een programma met oefeningen met doelen waarvan ik vermoed dat ze aansluiten op de deelnemers. Misschien heb ik deze doelen wel van te voren van hen ontvangen. Het probleem is echter dat deelnemers aan een groep zich soms niet bewust zijn van hun werkelijk leerdoelen. Soms liggen er nog andere doelen vóór die eerst gehaald dienen te worden voordat de doelen die zij voor ogen hebben kunnen worden bereikt. Als een deelnemer aan de cursus 'begeleiden van groepen' zich bijvoorbeeld blijkt te storen aan een andere deelnemer dan is dit gedrag leren aanvaarden voor hem een leerdoel. Dit doel dient hij eerst te behalen alvorens hij bijvoorbeeld objectief kan bemiddelen in een conflict waarbij een betrokkene dit gedrag vertoont.

Individuele leerdoelen van deelnemers worden zichtbaar door situaties die ontstaan in de groep. Dat is de plek waar mensen écht zijn. Iemand die bijvoorbeeld tijdens een interactie in de groep tegen zijn weerstand aanloopt heeft een kans om hier in de groep mee te werken. Er ontstaat eigenlijk een spontaan ‘rollenspel’ met de mogelijkheid om te oefenen met de situatie zoals die zich aandient. Deze situaties hebben nóg meer potentie voor transformatie dan ingebrachte rollenspellen door het levensechte karakter. Ze kosten ook minder tijd, niemand hoeft vooraf te worden geïnstrueerd. Door dergelijke situaties te benutten leren anderen ook iets over dezelfde situatie.

Als ik vraaggericht begeleid zet ik de situaties die ontstaan centraal in plaats van een vooraf bedacht plan. Vooraf kan ik niet bedenken wat het beste aansluit op ieders doelen, dat kan ik alleen gaandeweg ontdekken door present te zijn en te volgen wat er gebeurt. Als ik mijn plan loslaat dan voorkom ik dat er een verschil ontstaat tussen wat mijn deelnemers verwachten op grond van een programma en wat er in realiteit gebeurt. Ook voorkom ik druk bij mijzelf om alle onderwerpen van het programma aan bod te laten komen terwijl zich in de realiteit situaties aandienen die nog beter bij kunnen dragen aan de doelen van de deelnemers.

Als begeleider wil ik dat deelnemers verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen doelen of vragen. Deze vorm van assertiviteit ontwikkelen is een leerdoel op zich, die in het leven buiten de groep ook zeer van pas kan komen. Niet afwachten tot het leven ons iets brengt maar er zelf actie voor ondernemen door anderen om hulp te vragen. Ik ben niet verantwoordelijk voor de vragen van anderen en de mate waarin ze beantwoord worden. Ik kan wel het proces zo faciliteren dat de kans erop toeneemt. Daarover een volgende keer meer.

Als een aanbodgerichte structuur achterwege wordt losgelaten dan kunnen sommige deelnemers dit aanvankelijk chaotisch en onveilig vinden. Dit heeft er ook mee te maken dat mensen het soms niet gewend zijn en het vertrouwde voelt aanvankelijk doorgaans veiliger dan het nieuwe. In feite is dit een kans voor de deelnemer om te leren ook veiligheid te vinden buiten de bekende structuur. Een vraaggerichte structuur is voor anderen juist weer veiliger. Deelnemers hebben namelijk alle vrijheid. Deelnemers kunnen zelf hun eigen moment kiezen om iets te vragen of te antwoorden vanuit hun eigen ervaring.

Vraaggerichte communicatie is een manier van communiceren die in gebalanceerde vorm bijdraagt aan het vermeerderen van wederzijds gewenste kennis. Het is een beweging van ‘geven’. Wanneer we een vraag stellen dan geven we ruimte aan een ander waarna de ander de mogelijkheid heeft iets aan ons kan geven, namelijk een antwoord. Hoe gaan we om met deelnemers die een verhaal willen delen om daarin gehoord worden zonder een vraag te hebben? Daar schrijf ik in de samenvatting van de volgende keer meer over.

We kunnen het kennismaken ook vraaggericht maken. Wie wat wil weten van een ander kan daar om vragen. In feite gebeurt dit meestal al bij de koffietafel, voorafgaand aan de start van de groep. Omdat er één vraagsteller is die gericht een vraag stelt kan de beantwoorder hem aankijken terwijl hij zijn antwoord geeft. Dit principe kennen we ook van het één-op-één gesprek en zouden we daarom een natuurlijk principe kunnen noemen. Een andere natuurlijke vorm is dat mensen vrij rond kunnen lopen en hier en daar een kort kennismakingsgesprekje met elkaar kunnen hebben. Is weten wat de achtergrond is van de deelnemers in een nieuwe groep nodig om ons veilig te voelen? Wanneer mensen elkaar blanco en onbevangen tegemoet treden dan kan dit ook juist veiligheid bieden.

Hoe kunnen we het communiceren in subgroepen beschouwen ten opzichte van het communiceren in de hele groep? Het resultaat van een groep bestaat uit de antwoorden die mensen eruit meenemen en de kwaliteit daarvan. De kwaliteit van een antwoord wordt bepaald door de geldigheid ervan. Een waar antwoord klopt en biedt de vrager iets dat bijdraagt aan zijn doel. Een onwaar antwoord dat hij gelooft kan hem juist verder van huis brengen. Een spontane grap is wat mij betreft altijd een antwoord op een universele vraag om ontspanning :)

Het werken in subgroepen biedt mensen de mogelijkheid om parallel aan elkaar uit te wisselen over een onderwerp. Totaal gezien zouden in subgroepen in dezelfde hoeveelheid tijd dus meer vragen beantwoord kunnen worden dan bij het centraal communiceren in de hele groep. De gemiddelde kwaliteit van de antwoorden zal in de subgroepen gemiddeld waarschijnlijk wel lager zijn omdat er minder mensen betrokken zijn geweest bij het vinden ervan. Als begeleider kun je ook maar op één plek tegelijkertijd zijn dus je bijdrage aan de efficiëntie van de groepscommunicatie blijft beperkt tot een klein aantal groepen. Het hangt dus ook af van de capaciteit van de deelnemers in de subgroepen om het groepsproces constructief te begeleiden. Een co-begeleider is hierbij ook een factor van belang.